Koppers-Giethoorn Botenverhuur

Het adres voor een gezellig dagje vaarplezier in het pittoreske

dorpje Giethoorn. Het Venetie van het Noorden is bekend van

haar bruggetjes, boerderijtjes en natuurlijk omringd door

het vele water... De grote attractie is in dit unieke waterdorp

te ervaren vanuit een boot.

 

Kijk voor meer informatie op onze pagina fluisterboot Giethoorn

Planten Weerribben-Wieden

 

De Drosera rotundifolia L, oftewel Ronde Zonnedauw, is in Nederland de meest algemene soort van de Zonnedauwsoorten. Ze komt voor op kalkarm zand of veen. Ontwatering en ontginning zijn de doodsteek voor de zonnedauwsoorten. De Ronde Zonnedauw is  een ‘vleesetende plant’. Aan de plakkerige haren van de ronde bladeren blijven kleine insecten kleven. Deze insecten worden verteerd door de enzymen in de sappen die die haren afscheiden. 

 

De Cirsium palustre (L.) Scop., oftewel Kale Jonker, hoort thuis in het geslacht Vederdistel of Cirsium. De Kale Jonker wordt in de volksmond ook wel ‘distel’ genoemd, vanwege zijn stekelige bladeren en omwindselbladeren. De stengel van de plant kan zeker anderhalve meter hoog worden. De tweeslachtige buisbloemen zijn roodpaars. De Kale jonker bloeit de hele zomer van juni tot september. Deze plant is te vinden in natte, matig voedselrijke grond in grasland, loofbossen, aan slootkanten en in duinvalleien.

 

De Echte Koekoeksbloem behoort tot de Anjerfamilie en valt op door zijn vrolijke, roze kleur en de in vier delen opgesplitste kroonbladen. De algemene Echte koekoeksbloem sierde in vroeger dagen al onze natte hooilanden, maar de verlaging van de grondwaterstand en de bemesting van deze hooilanden (om de productie te verhogen) heeft dit soort teruggedrongen tot de sloot- en waterkanten. Verder komt deze bloem alleen nog maar voor in venige en natte natuurgebieden. Ook in natte duinvalleien vind je haar. Het huidige beheer buiten de natuurgebieden is   funest voor deze soort.

 

Moeraskartelblad  is een halfparasitaire, tweejarige plant die behoort tot de bremraapfamilie. Het is een plant van drassige, matig voedselarme grond in trilveenmoerassen, hooilanden en duinvalleien. De plant staat op de Nederlandse Rode lijst van plantenals vrij zeldzaam en zeer sterk afgenomen. De plant wordt 15-50 cm hoog en heeft één rechtopstaande, holle, vertakte stengel. De dubbelveerdelige bladeren zijn tot 8 cm lang. Moeraskartelblad bloeit van mei tot juli met lichtpaarse, zelden witte, 1,5-2,5 cm lange bloemen.

 

De Rhinánthus ángustifolius C.C.Gmel., oftewel Grote Ratelaar, is een halfparasiet. De platte vergroeide kelken zijn kaal, wat een onderscheid is ten opzichte van de Harige ratelaar, waarvan de kelk juist heel sterk bezet is met meercellige haren. De kronen zijn tweelippig, geel van kleur en 1,5 tot 2,5 cm lang. De Kroonbuis is licht gebogen en behaard. De onderlip sluit de keel af. De twee tanden van de bovenlip zijn 2 mm lang. De vier kale kelkbladen zijn vergroeid; de vier toppen zijn als tanden goed zichtbaar. Het stempel steekt onder de bovenlip uit. Hommels zijn krachtig genoeg om de keel te openen. Hommels zorgen dan ook voor de bestuiving. De Grote Ratelaar bloeit veel langer dan de Harige Ratelaar, namelijk tot in oktober. De verspreiding van de zaden geschiedt vooral door water of door de mens, die zaden aan zijn schoeisel of kleren mee kan nemen. De standplaats van de Grote Ratelaar is natte tot vochtige grond. De grond moet redelijk voedselrijk zijn. Dit soort is dan ook te vinden in hooilanden, bermen en op dijken. Verder staat de Grote Ratelaar ook langs waterkanten en in duinen.

 

Waterdrieblad is een in de lente bloeiende water- of oeverplant die tot de Watergentiaanfamilie behoort. De bladeren hebben een lange steel die ontspruit aan de onder water levende wortelstok. Elk blad bestaat uit drie omgekeerd eivormige of ruitvormige deelbladeren die bovenop het water drijven; ze zijn zittend aan de gezamenlijke steel bevestigd. Ze kunnen hele plakkaten vormen. De tros met bloemen komt ook tevoorschijn uit de wortelstok. De lange steel draagt de vele witte bloemen. Als ze in de knop zijn, zijn ze vaak van buiten rood gekleurd. De openstaande kronen zijn wit. Een opvallend verschijnsel tijdens de bloei is dat in beginsel de bloei van de bloemen van beneden naar boven gaat, met uitzondering van de topbloem, die meestal al vrij snel opengaat, eerder dan de direct eronder staande bloemen. Waterdrieblad staat in tamelijk ondiep water en soms in de verlandingszone. Maar ook in veenmoerassen, natte moerasbossen, vennen en duinvalleien komt dit soort voor. Ook kun je Waterdrieblad aangeplant vinden in veel vijvers. Verder is deze plant zeldzaam tot zeer zeldzaam.

Moeraswolfsmelk is een giftige plant die behoort tot de wolfsmelkfamilie. Deze plant komt voor in rietlanden en langs waterkanten. De plant staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeldzaam en matig afgenomen. De plant wordt 60-150 cm hoog, vormt een wortelstok en heeft een dikke, buisvormige, brosse stengel. Op de wortelstok zitten zowel bloeiende als niet-bloeiende stengels. Moeraswolfsmelk bloeit in mei en juni met geel-groenachtige bloempjes. Het melksap van de plant is irriterend voor de huid en de ogen.

 

De Gevlekte Rietorchis is een Europese orchidee. Het is een zeldzame variëteit van de rietorchis die dikwijls samen met de klassieke variëteit voorkomt in vochtige graslanden. De Gevlekte Rietorchis  kan van de andere soorten worden onderscheiden door de ringvormige vlekken op de bladeren. De Gevlekte Rietorchis wordt net als de gewone bedreigd door het verdwijnen van zijn voorkeurshabitat door drooglegging, ingebruikname door de landbouw of bosbouw, en vermesting van vochtige biotopen.

 

Waterzuring is een vaste plant die behoort tot de duizendknoopfamilie. De plant komt voor aan de oevers bij zoet oppervlaktewater, in rietkragen, zeggemoerassen en uiterwaarden. De plant wordt tot 1,5 m hoog en behoort hiermee tot de grootste inheemse zuringsoorten. De waterzuring heeft een korte, niet vertakkende, horizontale wortelstok. De wortelbladeren zijn bijna een meter lang, leerachtig en lancetvormig. De roodbruine vruchtkleppen (binnenste bloemdekbladen die later het nootje omvatten) zijn driehoekig en iets langer dan breed. Alle drie de kleppen dragen een knobbel. De vrucht is een nootje. Waterzuring is een belangrijke waardplant voor de grote vuurvlinder.

 

Veenpluis is een plant uit de cypergrassenfamilie. De plant groeit op vochtige, zure grond, zoals heide en veen. Het vormt daar zoden met behulp van uitlopers. Opvallend is het lange, witte vruchtpluis, waaraan de naam ontleend is. Veenpluis is in Nederland zeldzaam tot zeer zeldzaam. De bloempjes vormen aren, die van juni tot augustus in bloei staan. De bloemen zijn erg klein en vallen daarom niet op. Ze zijn tweeslachtig en in plaats van een kelk en kroon is er een krans van borstelharen (omgevormde schutblaadjes), die later uitgroeien tot lange witte haren. De bladeren zijn donkergroen. Geleidelijk worden ze bruin en tegen bloeitijd sterven de bladeren af. Als het bloeiseizoen is afgelopen tegen het eind van de zomer, ontstaan er nieuwe bladeren. De vrucht van veenpluis is een driehoekig nootje, dat omringd is door lange witte haren (de pluis).

 

De galigaan is een vaste plant die behoort tot de cypergrassenfamilie. De plant komt van nature voor over de gehele wereld. Dit soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als vrij zeldzaam en matig afgenomen. De grijsgroene plant wordt 0,9-1,8 m hoog en heeft dikke, kruipende, vertakte wortelstokken. De holle stengel is rolrond of stomp driekantig. Galigaan bloeit in juni en juli met een lange, sterk vertakte bloeiwijze bestaande uit vele in hoofdjes staande, bruine, sigaarvormige, 3-5 mm lange aren. Deze plant komt voor in moerassen en duinvalleien en langs plassen en meren.

 

De in de voorzomer bloeiende Poelruit behoort tot de Ranonkelfamilie. De planten zijn donkergroen van kleur en onbehaard. De plant valt op door de pluim met dicht op elkaar staande lichtgele tot groenige bloemen. De bloemen lijken vrijwel uitsluitend te bestaan uit veel meeldraden, die rechtop staan, en vruchtbeginsels; de vier bloemdekbladen vallen namelijk direct bij het begin van de bloei af en zijn dan niet meer te zien. Ook de vruchtjes, nootjes, staan rechtop. De geurende bloemen trekken vliegen aan die zorgen voor de bevruchting, maar ook windbestuiving komt voor. Met hun lange ondergrondse uitlopers kunnen de planten grotere delen van de natte bodem bezetten. De plant komt voor in het rivierengebied en de Laagveengebieden.

 

De watermunt is een vaste plant uit de lipbloemenfamilie. De plant groeit vooral langs en in het water en in natte weilanden en bloeit van juni tot eind oktober. De stengels zijn 30-90 cm lang en hebben gesteelde, eivormige tot langwerpige, gezaagde tot gekartelde bladeren. De bladeren ruiken sterk naar pepermunt. De plant heeft zowel bovengrondse als ondergrondse uitlopers. De roodachtig lila bloemen worden door insecten zoals honingbijen en hommels bestoven. De kelkbuis is 4-5 mm lang en heeft lancetvormige tanden. De bolvormige bloeiwijze bestaat uit één of twee schijnkransen.